Dagelijks leven

De oude arrenslee die in 1953 wegspoelde uit een Schouwse schuur en bij Ouwerkerk gevonden werd, is maandag uit hotel-restaurant De Campveerse toren in Veere getakeld. De slee sierde 66 jaar de receptie. Nu gaat ze naar huis: het Watersnoodmuseum mag de slee eindelijk hebben.


De slee, eind achttiende-eeuws, werd destijds door eigenaar Henk van Cranenburgh gekocht voor zijn hotel-restaurant. Hij liet de slee met een zeilboot overbrengen naar Veere. De familie heeft daar foto’s van. ,,Mijn vader hield van mooie spullen. De eigenaar van de slee wilde die niet meer hebben. Die had waarschijnlijk wat anders aan zijn hoofd”, denkt dochter en opvolgster Hendrina van Cranenburgh.

De arrenslee kreeg nieuwe bekleding maar is verder nog in originele staat. Op sommige plekken wat  wankel in de verbindingen en van de meekraprode en blauwgroene beschildering zijn slechts flarden over. Het voertuig is de familie dierbaar. Hendrina kent de slee haar hele leven. ,,Ik weet nog dat ik er in mocht zitten toen ik vier was. De slee is een keer echt gebruikt voor een rondje Veere, ik denk in de winter van 1964, met de chauffeur van commissaris van de koning De Casembroot als menner. Opa Castel, noemden we die altijd.” Maar al jaren mag niemand meer in de kwetsbare arrenslee zitten. Zelfs de meest verliefde gast niet.



Er hebben er door de jaren heel wat geboden op de slee.  Er is ook heel wat water door de Schelde gegaan voor de familie overstag ging voor de wens van het Watersnoodmuseum. ,,Weet je... ik weet dat ik dit niet eeuwig blijf doen en niemand in de familie wil opvolgen. Dan komt er iemand die alles koopt en wat gebeurt er dan mee. Ik wil dat ze naar een veilige plaats gaat waar ze de rest van haar leven mag staan.”

Maar dat valt niet licht. ,,Mijn vader zou ‘goh’ gezegd hebben. Is het zo ver. Het voelt bijna als een begrafenis”, vindt Hendrina. ,,Ze hoort bij de familie. Nu gaat ze naar haar laatste rustplaats.” In het museum krijgt de arrenslee woensdag een onthaal bij de jaarlijkse Oral Historydag. Hendrina en moeder Jo zijn er bij. Met een waarschuwing: de arrenslee gaat niet in depot. ,,De slee moet het museum meerwaarde geven. Anders haal ik haar terug.” 

Walcheren

Corona

19/04/2020

Voorgaande jaren zag het bij Wemeldinge rond deze tijd zwart van de Belgen langs  de Oosterscheldekust. De parkeerplaats langs de Steldijk en Oude Zeedijk stond met dit mooie weer steevast vol met auto's van Belgische duikers. Door de coronamaatregelen is dat nu wel even anders. De parkeerplaats is leeg en er is geen Belg meer te zien in het water.


Alhoewel, geen enkele Belg, dat is ook weer niet helemaal waar. Er was er zondag toch nog eentje die het water in ging en daar een stief kwartiertje met haar voeten in het water heeft gestaan. Maar in dit geval ging het dan ook om een bijzondere Belg. Eentje met vier voeten en met een gewicht van een kilo of zevenhonderd, Rosa genaamd.

Elise Schalk  


,,Ik doe dit elke week wel een keertje”, vertelt amazone Elise Schalk Uit Kapelle. ,,Rosa, die voluit Rosa van de Molenweg heet, heeft last van jeuk. Daar is niet zo heel veel aan te doen. Maar het is wel lekker voor haar om in het water te staan. Dus loop ik elke week wel een keer een uurtje heen en een uurtje terug om haar voeten af te spoelen. Net als de straôrijders op Schouwen-Duiveland.”


De Bevelanden


Uit het niets voelde hij een harde klap tegen zijn achterhoofd. Mattheo van Koeveringe (21) uit Oostdijk kijkt op en ziet een buizerd wegvliegen. Op het moment dat hij zijn hardlooprondje wil vervolgen keert de roofvogel terug voor een nieuwe poging. En weer is het raak.

De Bevelanden

De Zeeuwse bolus is bij elke bakker in Zeeland te koop. Het is een opgerolde stengel witbrooddeeg. Heerlijk door de bruine suiker gehaald. Bolussen zijn lekker zoet en plakkerig. De lekkerste bolussen, plakken het meest. Je kunt ze zo eten, uit het vuistje. Maar met een laag Zeeuwse roomboter zijn ze extra lekker. Daar eet je je vingers (bijna) bij op.

Wist je dat...

de bolus in het Zeeuws ook wel jikkemiene, stropiedroaier, koekedraoiomme of drolle wordt genoemd?



De 14 miljoen euro die is uitgegeven aan de opnames van de film De Slag om de Schelde lijken goed besteed. Vanavond verscheen de officële trailer online en die belooft spektakel.

Walcheren

16/11/2020

Prettig Parkeren levert en exploiteert dienstverlening voor actuele parkeerinformatie. Het doel is parkeerinformatie voor iedereen toegankelijk en transparant te maken. Onze kerntaak is het verzamelen en verrijken van parkeerinformatie. Voor het distribueren van deze informatie naar eindgebruikers werken we samen, en komen we graag in contact met business partners.

Vlissingen
Middelburg

Geef hieronder een locatie in !

De leeuwentrap in Vlissingen

Aanvankelijk was het Vlissingse badstrand vanuit de in 1885 aangelegde Badhuisstraat bereikbaar via een houten trap. Het strandtoerisme was sinds het einde van de 19de eeuw in opkomst in Vlissingen en in 1899 besloot de gemeente een tweede trap aan te leggen. Omdat ook twee houten trappen de zomerse drukte niet konden verwerken stelt het college van burgemeester en wethouders in maart 1907 voor om een brede trap van gewapend beton aan te leggen.
Een maand later is de bouw van de trap al in volle gang. De houten trappen werden ontmanteld en hergebruikt; een werd in de Breewaterstraat en de andere achter het Grand-Hôtel des Bains op de boulevard geplaatst. Ter versiering werd aan weerszijden van de nieuwe betonnen trap een beeld van een leeuw geplaatst en is de naam 'leeuwentrap' ontstaan. https://nl.wikipedia.org/wiki/Leeuwentrap

Oude kanonnen

n 1870 startte de aanleg van het Kanaal door Walcheren; een kanaal van Vlissingen via Middelburg naar het Veerse Gat. Volgens de oorspronkelijke plannen zou dit kanaal tussen Vlissingen en Middelburg grotendeels evenwijdig aan de spoorlijn lopen en vervolgens het tracé volgen van het uit 1817 daterende havenkanaal van Middelburg. Dit plan was echter tegen de zin van Veere. Dit stadje zag de te verwachten economische impulsen aan de neus voorbij gaan, nu het nieuwe kanaal niet door Veere zou lopen. Veere slaagde er in het geplande tracé om te buigen, met als gevolg dat het oude havenkanaal slechts over een afstand van vier kilometer gevolgd kon worden. Op 8 september 1873 werd het Kanaal door Walcheren feestelijk geopend. Een herdenkingssteen bij de sluizen nabij het spoorwegstation Vlissingen herinnert hier nog aan.
Langs het Kanaal door Walcheren vinden we nog de originele witte afstandspaaltjes uit 1873 en gietijzeren meerpalen met een eigen geschiedenis. Deze meerpalen zijn afgedankte kanonnen uit het eerste kwart van de negentiende eeuw. De kanonnen zijn afkomstig uit het marinedepot van Amsterdam en zijn volgens opschrift gemaakt in Luik tussen 1809 en 1824. In die tijd waren Nederland en België nog verenigd en werden vrijwel alle kanonnen voor het leger geleverd door een Luikse ijzergieterij. Het gewicht van de kanonnen langs het Kanaal door Walcheren varieert van 1.500 tot 2.000 kg en de lengte is ongeveer 2,75 meter. Deze kanonnen, zogenaamde voorladers, werden via de voorkant geladen. Ze werden rond 1850 vervangen door de veel efficiëntere achterladers. De circa tweehonderd oude kanonnen werden van 1872 tot 1873 als meerpaal geplaatst langs het Kanaal door Walcheren. Met de loop naar beneden werden ze ‘ingemetseld’ met behulp van een mengsel van kalksteen. In de loop der jaren zijn enkele kanonnen als meerpaal overbodig geworden en uitgegraven. Zij staan nu in volle glorie opgesteld bij de Oranjemolen op de Oranjedijk in Vlissingen.


Kanonnen werden meerpalen


De meeste kanonnen zijn in Luik gemaakt. ,,Rond 1800, toen België nog onderdeel was van Nederland, stond in Luik een wapenfabriek. De kanonnen werden gebruikt als vestingartillerie om steden te verdedigen. Het waren allemaal voorladers: het kruit moest er via de voorkant in gestopt worden. Dat was veel werk. Daarom ging men rond 1830 over op achterladers. Nederland had toen een heleboel voorladers over, waar niks meer mee gedaan werd. Ze lagen lang in de opslag in Amsterdam.”


De voorladers kwamen in 1873, toen het Kanaal door Walcheren geopend werd, weer van pas. ,,Er waren palen nodig, waar de schepen konden aanleggen. Toen kwam men op het idee om de kanonnen op z’n kop in te graven. Die blijven immers heel lang goed. De kanonnen liggen nog steeds langs de kant. Sommigen zijn verroest, en liggen onder water.”



Cisterne Veere

Tegenover de kerk staat een sierlijk gebouwtje met een puntig toelopend dak, gedragen door ranke zuilen. Het is de Stadsput of Cisterne, het enige monument van deze aard in ons land. Het bevat een ondergrondse vergaarbak voor tweeduizend hectoliter regenwater, dat van het kerkdak wordt opgevangen.

Deze Cisterne werd in 1551 op last van Maximiliaan van Bourgondië gebouwd voor de Schotse kooplieden, die geklaagd hadden, over de slechte watervoorziening in de stad, om hun wol te wassen. De ingenieuze waterput werd na de komst van de Schotse wolstapelgebouwd. Via het dak van de Grote kerk wordt hij van regenwater voorzien. Veere werd pas in 1938 op de waterleiding aangesloten, tot die tijd was de put als watervoorziening in gebruik voor de inwoners.

Het doel van de website ‘Straatpoëzie’ is om zoveel mogelijk voorbeelden te verzamelen van poëzie in de openbare ruimte van Nederland en Vlaanderen.

Er zijn ongelofelijk veel gedichten te ontdekken in onze straten, maar niemand weet precies hoeveel het er zijn en waar ze zich precies bevinden. De inventarisatie van gedichten in de openbare ruimte heeft als doel om deze unieke vorm van literair erfgoed te archiveren.

Verliefd

Verliefd slaat ze een arm om Kattendijke heen
‘Zo mooi als jij’ zegt de Schelde ‘is er geen’



Viking-gesp gevonden in Zeeland

Bij archeologische opgravingen in Domburg, provincie Zeeland, blijkt een zeldzame Viking-gesp te zijn gevonden. De gesp dateert uit de negende eeuw.

Bijzonder is dat de vondst drie jaar geleden al werd gedaan. De gesp werd toen, samen met enkele tientallen andere voorwerpen in Domburg opgegraven. De vroegmiddeleeuwse metaalvondsten die in Domburg zijn gedaan zijn bekend in de archeologische wereld. Omdat de kennis over de objecten in de loop der tijd is toegenomen organiseerde de Vrije Universiteit Brussel in samenwerking met Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland (SZEC) en het Zeeuws Museum deze week een workshop met Nederlandse en buitenlandse wetenschappers.

Tijdens deze bijeenkomst werd duidelijk dat zich tussen de vondsten een negende-eeuwse Viking-gesp bevond. Deze Borre-gesp is versierd in de zogenaamde Borrestijl.

De gesp is van brons en verkeert volgens een woordvoerder van Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland (SZEC) in een zeer goede staat.

‘Geschiedenis van Zeeland’ winnaar Zeeuwse Boekenprijs

Het derde deel van de boekenreeks Geschiedenis van Zeeland heeft de Zeeuwse Boekenprijs 2014 gewonnen. Dat is afgelopen weekend bekendgemaakt tijdens een bijeenkomst in de Zeeuwse Bibliotheek in Middelburg.

Het boek is geschreven door de historici Paul Brusse en Arno Neele en sociologe Jeanine Dekker. De beeldredactie werd verzorgd door Katie Heyning. In het derde deel van de boekenreeks over de Zeeuwse geschiedenis staat de periode tussen 1700 en 1850 centraal. Het winnende boek staat onder meer stil bij het verval van de Zeeuwse handel en scheepvaart, de leegloop van de steden en de transitie van een stedelijke handelseconomie naar een agrarische samenleving. De bloei van de landbouw zorgde voor nieuwe welvaart en creëerde een rijke boerenstand, de emancipatie van de katholieke kerk bracht meer vrijheid en er ontstond een nieuwe culturele infrastructuur, die tot uiting kwam in geleerde gezelschappen en tijdschriften wat resulteerde in een hernieuwd Zeeuws identiteitsbesef.

Vast referentiepunt

De jury, die werd voorgezeten door commissaris van de koning Han Polman, was zeer te bespreken over het boek. Uit het juryrapport:

“Het is een schitterend verzorgd, uitbundig geïllustreerd werk dat een afgewogen beeld van de Zeeuwse geschiedenis geeft en een vast referentiepunt voor toekomstig onderzoek zal zijn. Er in worden de dramatische ontwikkelingen soeverein en trefzeker beschreven en zijn de ontwikkelingen gedetailleerd, zonder verbrokkeling, in brede streken neergezet.”

Unieke verrekijker teruggekeerd in Zeeland

Een verrekijker met kompas daterend uit de periode circa 1650-1750 is afgelopen week door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) overgedragen aan de Zeeuwse gedeputeerde van Cultuur Anita Pijpelink. In de jaren zestig van de vorige eeuw werd de kijker gevonden tijdens opgravingen van kasteel Haamstede op Schouwen-Duiveland.

Het betreft een samengesteld instrument of optisch compendium. Het instrument omvat namelijk niet alleen een verrekijker maar ook een kompas. De kijker kon tot een lengte van circa 45 centimeter worden uitgetrokken en bood een vergroting van circa 3,5. Oorspronkelijk had de kijker twee lenzen. Eén van de lenzen is verloren gegaan. Een klein merkteken op de zonnewijzer – een open kroon – wijst mogelijk op een productie ervan in Neurenberg. In uitvoering behoorde de kijker uit Haamstede tot het betere segment, maar voor wetenschappelijk onderzoek was ze niet echt geschikt. Het was eerder een gadget voor de meer gefortuneerde leek.

Volgens Erfgoed Zeeland is het lastig om de kijker te dateren en een plek te geven in relatie tot de Zeeuwse uitvinding van de telescoop in 1608. Een nauwkeuriger datering dan 1650-1750 is volgens onderzoekers niet mogelijk.

De verrekijker dook in 2018 op bij een oud-medewerker van de RCE. Recent werd besloten de kijker over te dragen aan provincie Zeeland. De daadwerkelijke overdracht vond vrijdag plaats, tijdens de Zeeuwse AmateurArcheologen Dag.


Oudste huis van Zeeland staat in Flevoland

Zaterdag wordt in Zeewolde (provincie Flevoland) de reconstructie van een boerderij uit de late Steentijd onthuld. De huisplattegrond waar de reconstructie op is gebaseerd, is in 1957 opgegraven bij Haamstede-Brabers in Zeeland en dateert uit de zogenaamde Vlaardingencultuur (c. 2900-2500 v.Chr.).

Archeologiestudenten van de Universiteit Leiden werkten afgelopen zomer bij Zeewolde aan de reconstructie van het huis. Ze maakten daarbij uitsluitend gebruik van werktuigen gemaakt van steen, been en gewei. 

 De studenten wilden er achter komen hoe het bouwen van een huis zo’n 4000 jaar geleden ongeveer in zijn werk ging. Hoe efficiënt waren de verschillende werktuigen bijvoorbeeld en hoe lang duurde het voor een onervaren bouwer om een bepaalde techniek onder de knie te krijgen?


De bouw werd daarom op prehistorische wijze en met steentijdgereedschap uitgevoerd. Zo werden de kuilen voor de palen die het dak dragen bijvoorbeeld uitgegraven met behulp van zogenaamde graafstokken.

Voor de verbindingen van het skelet van het huis werd gedroogde bast van de lindeboom gebruikt en het riet voor de dakbedekking werd in directe omgeving verzameld. Alleen bij het dekken van de hoogste delen van het dak bleek dat de archeologiestudenten een moderne ladder nodig hadden.

De prehistorische boerderij heeft de naam Huize Horsterwold gekregen en heeft een afmeting van 9,10 bij 3,80 meter.

De Universiteit Leiden werkte voor het project samen met de gemeente Zeewolde en Staatsbosbeheer. Het huis zal de komende tijd door Staatsbosbeheer gebruikt worden als centrum voor educatie en natuurbeleving. Het experimentele bouwproject werd gefinancierd door het Prins Bernhard Cultuurfonds.




Golfclubs in Zeeland

De 18 holes wedstrijdbaan is een parkachtige baan van 6.269 meter en een Par 72, met mooie vergezichten over het Zeeuwse landschap. De 9 holes Par 3 baan heeft naast zijn lengte van 725 meter twee waterpartijen en diverse bunkers en is hierdoor voor zowel de beginnende- als ervaren golfer uitdagend.

Axel

De Woeste Kop ligt in natuurgebied de Smitsschorre aan de rand van Axel in Zeeuws-Vlaanderen. De 18 holes baan met A-status is aangelegd tussen kreken en bossen, grenzend aan typisch Zeeuwse polders met dijken en populieren. De watertoren van Axel is gesitueerd aan een van de holes. De toren is met zijn hoogte van 60,60 m een niet te missen herkenningspunt.

Domburg sinds 1914

Bomkraters uit Tweede Wereldoorlog nu grasbunkers

De Domburgsche Golf Links is in 1914 aangelegd door de N.V. Domburgsche Zeebadinrichting en werd daarna in gebruik genomen door de leden van de Sociëteit "Luctor et Emergo". In de jaren daarvoor waren er al enige golfclubs opgericht in Nederland, maar daarvan zijn de banen in de loop der tijden verplaatst of ingrijpend gewijzigd. De opzet van de golflinks in Domburg is nog nagenoeg hetzelfde als 100 jaar geleden. Daarmee is deze baan de oudste van Nederland die nog in zijn oorspronkelijke vorm bespeeld wordt.

Een speciaal aspect van de vooroorlogse Domburgse links waren de caddies in Walcherse klederdracht. In die tijd werd altijd met caddies gespeeld. In 1919 werd voor het eerst een caddy-wedstrijd gehouden, een gebruik dat tot het eind van de vorige eeuw in ere werd gehouden. Op 23 juli 1921 werd op de Domburgsche om het Nederlands Open Kampioenschap gespeeld. De winnaar was H. Burrows uit Antwerpen die in de jaren daarvoor les gaf op de Domburgsche. Hij behaalde een score van 151. Het jaar daarvoor had hij gewonnen op de Kennemer met 155 en in 1923 won hij op de Hilversumsche met 153.

Op een ruim 52 ha groot terrein oorspronkelijk bestaande uit landerijen en bossen en uniek gelegen langs het prachtige Grevelingenmeer, op een afstand van ca. 3 km van het (mossel)vissersplaatsje Bruinisse, werd op 1 juli 1988 begonnen met het aanleggen van golfbaan Grevelingenhout, naar ontwerp van de bekende Engels/Zwitserse golfbaan-architect Donald Harradine.

Het Domein van De Brugse Vaart bevindt zich aan de oevers van het oude zwin en heeft zijn naam te danken aan het kanaal dat hier in het begin van de 16e eeuw werd gegraven door de stad Brugge als laatste wanhoopspoging om de verzanding van het Zwin tegen te gaan.

 

Sinds 1987 namen de Families Van Hoecke - De Vos het initiatief om op dit domein een prachtige en unieke golfbaan aan te leggen.


Dankzij de familiale inzet is Golfdomein De Brugse Vaart bekend en staat garant voor een bijzondere beleving en sfeer, die veel meer is dan golf alleen.