Straatpoëzie

Straatpoëzie is poëzie die in schriftelijke vorm is aangebracht in de openbare ruimte. Dit betekent dat de tekst dag en nacht gratis bereikbaar moet zijn.
Nog meer Zeeuwse verhalen

Als treinbezoekers Middelburg binnenkomen, valt iedereen meteen het statige hotel Du Commerce op. We vragen ons af wat de geschiedenis is van dit heuse grand hotel.

In Zeeuws-Vlaanderen floreerde in de vorige eeuw de textielindustrie. De textielfabrieken werden vooral door Belgische industriëlen opgezet. Bedrijven als Clitex en Mi-Lock zouden in Nederland een grote naam verwerven. Hoewel de textielindustrie steeds meer leed onder de concurrentie uit goedkope-lonen-landen, konden sommige bedrijven in de jaren zestig nog volop investeren in de modernisering van hun gebouw en apparatuur. Maar zo’n twintig jaar later gingen ook deze ondernemingen failliet.

Een kleine vijf eeuwen maakte het gebied van het huidige Zeeland deel uit van het Romeinse rijk. De cultuur van de inheemse bevolking mengde zich met de Romeinse cultuur en dankzij de handelscontacten met andere delen van het Romeinse rijk brak een tijd van economische voorspoed aan. Ontdek in dit verhaal de Romeinse tijd in Zeeland. Klik op een plaatje en lees meer.

Eeuwenlang waren klompen het meest voor de hand liggende schoeisel in Nederland. Vanaf de middeleeuwen tot de Tweede Wereldoorlog droeg bijna de gehele arbeidersklasse klompen. Molenaars, landbouwers, vissers en fabrieksarbeiders verkozen de klomp boven leren schoeisel. De houten schoen was namelijk licht en lucht aan de voet, was regen- en vorstbestendig en de hardheid van het materiaal bood de voet bescherming bij een ongeval.

De geschiedenis van Breskens als landbouw- en vissersdorp komt nergens zo duidelijk samen als op de graansilo in de haven van Breskens. De immense schildering ‘Brood en vis’ door beeldend kunstenaar Johnny Beerens siert het 38 meter hoge gebouw. Daarop afgebeeld staan vijf broden en twee vissen, waarvan er een de beschouwer indringend aan lijkt te kijken. Breskens en de visserij, het lijkt een onbetwist duo.

Theofiel (‘Fiel’) Middelkamp was een Nederlands profwielrenner, afkomstig uit Nieuw-Namen (Zeeuws-Vlaanderen). Hij was de tweede zoon in een groot gezin met nog acht andere kinderen. Aanvankelijk wilde Theo voetballer worden, maar de mogelijkheid met wielrennen geld te verdienen trok hem meer aan.

Locatie van de crash van de Douglas A-20 in de Oosterschelde is aangegeven met een rode stip. (Bron: Stichting Wings to Victory)

Tijdens de Tweede Wereldoorlog steeg een groot aantal geallieerde vliegtuigen op om Nazi-Duitsland en de bezette gebieden in Europa vanuit de lucht aan te vallen. Vaak werden strategische doelen gekozen voor bombardementen, zoals treinsporen, verbindingswegen en fabrieken voor de oorlogsindustrie. De lucht boven Zeeland was destijds een druk bevlogen aanvliegroute. Niet alle aanvalsmissies waren succesvol, in Zeeland zijn veel geallieerde vliegtuigen gecrasht.

Vele scheepsrampen hebben zich voor de Westkappelse kust voltrokken. Legendarisch is het ‘viegeschip’ met officieel de sprookjesachtige naam Queen of the Isles. Ook het vergaan van de City of Benares en de Pride of the West en, van later datum, de strandingen van de Achilles, de Pax en de Benares zijn in het collectieve geheugen gegrift. Bijna vergeten is de helletocht van de kleine kustvaarder Kalba in september 1935, die eindigde op het strand voor Domburg.

In 1887 werd in Middelburg aan het Armeniaans Schuitvlot door Cornelis Boudewijnse en zijn broer Johan een gloeilampenfabriek opgericht, de tweede in Nederland. Johan Boudewijnse was vertegenwoordiger van General Electric in Nederland. Deze fabriek zou de lampen produceren en het Brits-Amerikaanse bedrijf The Vitrite & Luminoid Company, van Theodore Mace en Alfred Swan, leverde de lampvoeten en lamphouders.

Die rare Romeinen. Soms lijken ze meer op ons dan we ons realiseren. Als Romein kon je ook cosmetische producten kopen. En niet alleen in de kerngebieden van het rijk rondom de Middellandse Zee, maar ook in de plaatsen aan de rand van het Romeinse rijk. Zo ook in het huidige Zeeland. Een van de objecten in de cosmetische instrumentendoos is een zogenaamde oorlepel of oorsonde, waarvan er in Aardenburg tot op heden één is gevonden.

In de negentiende eeuw vond in de Oosterschelde en het mondingsgebied daarvan een lange reeks schipbreuken en strandingen plaats. Lang niet alle zijn zo bekend als het geval van de ‘Roompot’, een fregat dat verging in 1853.

In de tijd dat heel Zeeland nog één uitgestrekt schorrengebied was, waren ‘stellen’, kleine heuveltjes, en ‘hollestellen’ van levensbelang. Op de heuveltjes kon je uitwijken voor hoogwater en de holle stellen boden zoet drinkwater.

Waren er aan het begin van de 19de eeuw in de ‘Kop van Schouwen’ nog honderden hectaren begroeid met elzenbos; aan het begin van de 21ste eeuw is hiervan bitter weinig over.

Enkele jaren geleden spoelde een raadselachtige bakstenen cirkel bloot op de slikken in het Verdronken Land van Saeftinghe. Erfgoed Zeeland heeft het ‘fenomeen’ vervolgens opgegraven en gedocumenteerd, voordat het definitief zou wegspoelen. De ronde structuur had een diameter van 3,5 meter en bevatte nog maar drie steenlagen. In het middengedeelte bevond zich een vloertje van bakstenen. Het formaat van de meestal halve bakstenen en enkele aardewerkscherven wezen op een datering in de veertiende eeuw. Naast de structuur was ook een ronde plak pek aangetroffen.

Ga aan tafel zitten met Tinka Leene en ze brandt los. Uren kan ze vertellen over haar Zeeuwse Knopbakblik, over alles wat daaruit is voortgekomen en over haar plannen voor de toekomst. Als je iets doet, doe het dan goed, is haar motto. Ze is – heel voorzichtig – alweer bezig met een nieuw project en eten en Zeeland staan daarin opnieuw centraal. Ook dat moet weer de wereld overgaan. Want ze stort zich dan wel op het erfgoed uit Zeeland, de boodschap die ze ermee wil uitdragen is universeel.

Vanaf de negentiende eeuw was men ijverig op zoek naar een voertuig dat uit zichzelf voortbewoog. De stoomtram en trein waren de eerste die daaraan voldeden. Toen kwam het paardloze rijtuig in beeld. In het begin leek het op een gemoderniseerde paardenkoets die op harde rubberbanden reed, evenals zijn voorganger. Hij kreeg de naam automobiel en later auto, zelfrijdend dus. Na de uitvinding van de luchtband, verbeteringen aan de motor en verandering van het koetswerk werd het rijden met de auto betrouwbaarder. Niet iedereen was het ermee eens dat er zulke snelheidsmonsters, die harder reden dan een paard kon lopen, verschenen op ’s Heeren wegen. Maar de tijd leerde dat het niet tegen te houden was.

Spoor en tramwegwezen in Nederland

Er zijn niet veel landarbeidershuisjes meer in Zeeland die nog echt in originele staat bewaard zijn gebleven. Het zijn karakteristieke elementen die horen bij ons landschap.

Het doet zich redelijk onverwachts voor, je weet nooit hoe lang het duurt en het valt niet te beheersen… IJspret! Zodra de temperatuur richting het vriespunt gaat, worden ook veel Zeeuwen bevangen door de schaatskoorts. Zou het lang genoeg blijven vriezen om de ijzers onder te kunnen binden?

Krabbekwaad, uitgesproken met een typische aa-klank die naar de ee neigt (en in het dialect geschreven wordt als krabbekwaed), was een van de vijf woorden op de shortlist van de verkiezing van het mooiste dialectwoord op Schouwen-Duiveland tijdens de Maand van de Geschiedenis in 2016. Het woord is inderdaad vooral bekend op Schouwen-Duiveland.


Op 6 juli 1988 nam de veerdienst Anna Jacobapolder-Zijpe afscheid, na 88 jaar de korte afstand tussen Sint-Philipsland en Duiveland te hebben overbrugd. De dienst werd om 15.30 uur gestaakt; op ditzelfde tijdstip schoot gedeputeerde J.D. de Voogd een seinpistool af, ten teken dat de weg over de nieuwe Philipsdam geopend was.



De geallieerden zetten de invasie op Walcheren in de herfst van 1944 onder meer in met Operatie Infatuate II: een landing in Westkapelle. In de vroege ochtend van 1 november voeren het slagschip Warspite, twee kanonneerboten en een grote landingsvloot vanuit de haven van Oostende richting Westkapelle. Om 08.20 uur openden de Warspite en een van de kanonneerboten het vuur op de kustbatterijen. Daaronder batterij W17 bij Domburg. Ooggetuigen vertellen hoe Domburg op de dag van de invasie urenlang werd beschoten door de Warspite.


Gemeentesecretaris Bart Goedbloed maakte daarvan een aantekening in zijn dagboek: ‘Warspite beschiet ons met 38 cm granaten. Moet vergissing zijn, 50 doden.’ In een toelichting vertelt hij: ‘Eerst later hebben we vastgesteld dat de Warspite bij vergissing ons dorp heeft beschoten. De granaten waren bedoeld voor de kustbatterijen in de duinen (de golflinks) links van de Hooge Hil en één rechts daarvan, maar bij de berekening van de afstand waarop het geschut moest worden ingesteld, zijn fatale vergissingen gemaakt.

Bij Retranchement staan er maar liefst drie grenspalen in een kaarsrechte lijn. De palen dienen de Belgisch-Nederlandse grens te markeren. Maar waar loopt de grens dan precies en waarom zijn er drie palen nodig, terwijl men elders maar met één paal volstaat? Deze zogenaamde ‘drieling van Retranchement’ is een unicum in Nederland en vertelt een bijzonder verhaal.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog bleef Nederland neutraal. Al gauw had ons land een enorme aantrekkingskracht op onze bij de oorlog betrokken zuiderburen. Op grote schaal vonden er grensoverschrijdingen plaats, vooral in Zeeuws-Vlaanderen. De Duitsers zagen dit grensverkeer als een ongewenste ontwikkeling. In de loop van 1915 legden zij een elektrische draadversperring aan, de zogenaamde ‘doodendraad’. Hiermee sloot de Duitse bezetter de Nederlands-Belgische grens nagenoeg hermetisch af. Toch hield de grens een zekere aantrekkingskracht, onder andere op Belgische oorlogsvrijwilligers, spionnen, grenssmokkelaars, maar ook op Duitse deserteurs. Velen moesten hun poging om de ‘doodendraad’ te omzeilen met de dood bekopen.

Je zou het nu niet meer zeggen als je bij het haventje van Geersdijk staat. Maar zo’n honderd jaar geleden gonsde het hier in het najaar van bedrijvigheid. Wagens vol suikerbieten stonden aan de kade opgesteld om hun lading te lossen in de schepen die er aangemeerd lagen. Campagnetijd. Dat betekende een drukte van belang voor de boeren op Noord-Beveland.

Schaatsen is al eeuwenlang geliefd. In tegenstelling tot ijzeren schaatsen, die vanaf de 15de eeuw gebruikt worden, waren de vroegste schaatsen gemaakt van dierenbotten. Deze werden aan de voorzijde bijgewerkt en geslepen. Men gebruikte vooral middelhands- en middelvoetsbeenderen van paard of rund. Het gebruik van deze glijders of ‛glissen’ is niet te vergelijken met onze stalen exemplaren, omdat de typische schaatsbeweging die wij kennen met platte beenderen niet mogelijk is.

Elke scholier weet hoe belangrijk het bezit van de juiste schooltas is. Welk merk of type tas ‘in’ is, varieert per school, maar elke leerling probeert zijn of haar exemplaar eigen accenten te geven door erop te tekenen of de tas van versierselen te voorzien. Ook in vroeger tijden individualiseerden kinderen hun schooltas door erop te krassen of hun initialen erop aan te brengen.

Vlissingen kende tussen 1875 en 1931 een zeer sterke groei van het aantal inwoners en daarmee van het aantal huizen in de stad. De belangrijkste motor hiervan was de scheepswerf De Schelde.


Gedreven door bedrijfsbelang namen zij keer op keer het initiatief voor de totstandkoming van huizen, straten en complete wijken. Immers, arbeid was de belangrijkste kapitaalfactor en moest voor een groot deel van buiten de stad worden aangetrokken. In de eerste jaren kon worden volstaan met een handjevol ervaren werklieden uit Zuid-Holland, aangevuld met het nog in Vlissingen aanwezige arbeidspotentieel van de opgeheven marinewerf. Op het eind van de jaren 70 was dit niet meer genoeg en moest personeel worden geworven buiten de stad en de provincie.

Wanmolen, datering circa 1900, Fruitteeltmuseum Kapelle

De wan- of windmolen kwam aan het begin van de achttiende eeuw op de Zeeuwse landbouwbedrijven in gebruik om gedorst graan van kaf, stof en lege aren te zuiveren. Hiermee kon sneller en beter resultaat geboekt worden dan met de traditionele wannen – brede ondiepe korven met opstaande randen – waarmee tot die tijd gewerkt werd.

In de kerktoren van Kortgene hangt de ‘Suzanne’ – een zware klok van 900 kg

Noord-Beveland verdween met de Sint-Felixvloed in 1530 grotendeels in zee. Maar de kerktoren van Kortgene bleef staan en is daarmee nu een van de oudste bouwwerken op Noord-Beveland.
De parochie Kortgene bestond al in 1247 en het plaatsje kreeg in 1413 zelfs stadsrechten. Een jaar later legde een grote brand het stadje volledig in de as. Met de herbouw werd meteen begonnen en daarna kende Kortgene een redelijk welvarende periode. In die tijd werden ook een nieuwe kerk en toren gebouwd. Aan de voorspoedige tijd kwam abrupt een einde op 5 november 1530, toen de Sint-Felixvloed het eiland verzwolg. Twee jaar later volgde een nieuwe watersnoodramp. Wat er al was opgebouwd na de Sint-Felixvloed ging toen weer verloren. Alleen de kerktorens van Kortgene en Wissenkerke bleven staan.

In de kerktoren van Kortgene hangt de ‘Suzanne’ – een zware klok van 900 kg. De luidklok werd in juli 1674 buitgemaakt door luitenant-admiraal Cornelis Tromp. Hij veroverde met zijn manschappen het Franse schiereiland Noirmoutier, even ten zuiden van de monding van de Loire aan de Franse westkust. Volgens het geldende buitrecht mochten veroveraars de torenklokken van de veroverde stad opeisen. En dat deed Tromp. Behalve graan, runderen en enkele gevangenen nam hij vanuit Noirmoutier ook zes bronzen klokken mee. Van twee van deze klokken weten we waar ze zijn terechtgekomen. Beide waren in 1661 gegoten door de Franse beeldhouwer en klokkengieter Leonard Herve. De Marie Anne kwam in de kerk van Oud-Loosdrecht terecht en de Suzanne in Kortgene. Hoe en waarom de klok in Kortgene terechtkwam, is niet bekend.

Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog waren de Duitsers desperaat. Alle middelen werden ingezet om de nederlaag tegen te houden en zelfs om te zetten in een overwinning. Zij bleken daarbij bijzonder creatief. Onder leiding van Werner von Braun werden de eerste onbemande raketten, de V1 en de V2 ontwikkeld en ingezet. Deze raketten veroorzaakten grote schade in Engeland.

Mosselen staan al op het menu sinds de prehistorie. De mensen aan de kust leefden in een nat veenlandschap dat regelmatig tijdens stormen door de zee werd overspoeld. Van deze periode kon men door opgravingen een deel van het leven uit die tijd reconstrueren. Door vondsten zijn voor het eerst in Zeeland de resten van een huis uit de Midden IJzertijd gevonden.

Meekrap was eeuwenlang het meest winstgevende product van de Zeeuwse landbouw. Tholen en Schouwen-Duiveland waren het centrum van de meekrapteelt. Bijna elk dorp had er zijn eigen meestoof waar de meekrap werd verwerkt tot rode kleurstof voor de textielindustrie. Aan het einde van de 19de eeuw stortte de meekrapnijverheid in en verdween het gewas bijna helemaal uit Zeeland.

Ondanks de vele en grondige verwoestingen die Vlissingen gedurende haar 700-jarig bestaan meemaakte, kent de stad toch nog een behoorlijk aantal monumenten. De oudste is de Gevangentoren, halverwege Boulevard De Ruyter, die werd gebouwd tussen 1485 en 1489. Het was een van de twee torens waarmee de Westpoort, gelegen aan de zeekant, werd versterkt. De toren werd naar alle waarschijnlijkheid gebruikt als uitkijk- en geschutspost. De andere deed dienst als opslagplaats voor kruit en lag aan de landzijde.

Op 1 april 1957 verdween het beeld van Reynaert de Vos uit Hulst. (ZB, Beeldbank Zeeland). De vos werd teruggevonden in Axel. Burgemeester A. Lockefeer noemde het “beslist geen grap” en sprak van vandalisme. Omdat de poten van de vos met ijzeren staken in het beton vastzaten, lukte het de daders niet om Reintje in zijn geheel mee te nemen. Daarop hadden zij het bovenstuk van het beeld losgewrongen en naar Axel gebracht, waar ze het in het portiek van het gemeentehuis achterlieten. (PZC, 2 april 1957)

Sectorlicht Nieuwesluis in de jaren 20 van de vorige eeuw.

De vuurtoren van Breskens in de zomer van 2010, na de verhoging van de zeedijk.

De vuurtoren van Breskens voor de verhoging van de zeedijk.

De vuurtoren van Breskens is de oudste nog bestaande gietijzeren vuurtoren van Nederland. De toren, officieel sectorlicht Nieuwesluis geheten, werd gebouwd in 1866-1867. Dit naar een ontwerp van de Nederlandse architect Quirinus Harder. In 2011 werd de vuurtoren buiten gebruik gesteld. Afbraak dreigde. Maar dankzij de inzet van de Stichting Vuurtoren Breskens is het rijksmonument onlangs gerenoveerd en voor het grote publiek opengesteld.
Het is Paaszondag ......

Het spookschip De Vliegende Hollander deed als laatste haven Terneuzen aan. De kapitein – volgens het verhaal een geboren Terneuzenaar – verdoemde het schip door op paaszondag uit te varen. Het schip doolde daarna over de zeeën en bracht elk ander passerend schip ongeluk. Het is nog steeds nauw verbonden met Terneuzen.

De enige twee suikerfabrieken die Zeeland heeft gekend, stonden in Sas van Gent. De eerste was een fabriek van particuliere eigenaren en werd in 1872 opgericht. Een tweede – ditmaal coöperatieve – fabriek kwam er in 1900. Concurrentie (ook internationaal) maakte schaalvergroting noodzakelijk. Dat had in de Nederlandse suikerindustrie fusies en overnames tot gevolg. De kleine fabrieken legden daarbij het loodje. Zij konden niet langer rendabel produceren.

Ver voor IJmuiden de Hoogovens had, had Sluiskil al zijn cokesfabriek. De fabriek lag aan de overzijde van het kanaal en veel van werknemers woonden in Sluiskil. Vanuit het dorp was te zien hoe de fabriek enorme stoomwolken uitstootte als de gloeiende kolen werden afgekoeld. Vanaf de jaren vijftig was het de cokesfabriek voor de wind gegaan, maar daarna luidden een crisis in de staalindustrie en goedkopere cokes uit China het einde in. De fabriek werd in 1999 gesloten.

Een tweedaags archeologisch onderzoek naast het stadhuis van Hulst leverde in september 1991 een aantal bijzondere vondsten op, inclusief een ‘nieuw’ verband van de stad Hulst met haar geliefde verhaal van Reynaert de vos. Het onderzoek werd uitgevoerd door het toenmalige Provinciaal Depot voor Bodemvondsten in Middelburg, onder leiding van Robert van Heeringen, destijds provinciaal archeoloog. Aanleiding was de voorgenomen bouw van nieuwe huisvesting voor de ambtenaren van de gemeente.

Tegenwoordig wordt de skyline van Vlissingen gedomineerd door de hoogbouw aan de Boulevard Bankert. Tot vijftig jaar geleden was dat anders, toen werden de contouren van Vlissingen bepaald door de kranen van de voormalige scheepswerf van de Koninklijke Maatschappij de Schelde. Een kraan herinnert nog aan dit rijke maritieme verleden: Torenkraan 528-01 aan de Dokhaven, in de volksmond kortweg de Scheldekraan genaamd.

Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog, toen de vrede nabij was, vielen er wereldwijd nog vele miljoenen slachtoffers. Niet door oorlogsgeweld, maar door een agressieve influenza-epidemie: de Spaanse griep. Ook Zeeland ontkwam hier niet aan: in de laatste maanden van 1918 werden als gevolg van de Spaanse griep honderden Zeeuwen naar hun laatste rustplaats gedragen.

Een bijzondere vondst in de collectie van het Zeeuws Archeologisch Depot van Erfgoed Zeeland is een wambuis, vervaardigd uit geitenleer. Dit kledingstuk is in 1992 aangetroffen aan de Kousteensedijk in Middelburg, in de bouwput voor de parkeerkelder en het huidige belastingkantoor. Een bijzondere locatie om archeologisch te onderzoeken, omdat al eerder in de bouwput van de naastliggende Zeeuwse Bibliotheek een deel van de stadsmuur was gevonden. De stadsmuur werd ook nu weer aangetroffen, maar ook een enorme hoeveelheid stadsafval dat hier tussen 1550 en 1574 als ophogingspakket is gedeponeerd. Deze ‘berg’ van circa 375 m3 afval bevatte veel aardewerkscherven, leer en voorwerpen uit metaal. Van de circa duizend voorwerpen die geborgen konden worden, zijn er een aantal van uitzonderlijk belang voor de Zeeuwse archeologie.

Meer dan 60 meter hoog is hij en daarmee een van de hoogste in Nederland. De watertoren in Axel dateert uit 1936 en was op dat moment de eerste in Zeeuws-Vlaanderen. Twintig jaar lang voorzag hij ook Terneuzen en omgeving van water. Hij is al lang niet meer in gebruik, maar staat er nog steeds. Zijn rijzige gestalte torent ver uit boven de bosschages van het omliggende natuurgebied. Een monument van vooruitgang uit de 20ste eeuw.

Een beetje verstopt in een Middelburgs straatje staat het sierlijkste fabrieksgebouw dat Zeeland kent: de voormalige azijnfabriek van de firma A.A. Mes. Het gebouw staat in de Pijpstraat en valt daar meteen op door de voorgevel die rijk is aan jugendstil elementen. Het gebouw werd in 1900 opgetrokken, nadat een brand de fabriek die hier eerst stond, had verwoest.


De hoefijzerbogen rond de deuren, de zwierige letters en de florale elementen die in de versiering overheersen, zijn kenmerkend voor de jugendstil (of art nouveau). In het straatbeeld springt dit gebouw er dan ook meteen uit.

Westdorpe, het langgerekte dorp in het oosten van Zeeuws-Vlaanderen, dat zich uitstrekt langs de Graaf-Jansdijk, telde begin 20ste eeuw drie bierbrouwerijen. Dat is veel voor een dorp van deze omvang. De succesvolste brouwerij was Van Waes Boodts, opgericht in 1905 en uitgegroeid tot een flinke fabriek, die afnemers vond in Zuid-Nederland en België. De brouwerij sloot in 1968 voorgoed de deuren. Inmiddels is het hoofdgebouw van de oude fabriek omgebouwd tot woonhuis. In de voormalige koeltoren werden in 2011 een aantal appartementen gerealiseerd. Toren en voorgevel van de fabriek zijn beschermd rijksmonument.

Redactie Zeeuwse Ankers

Op garnalen wordt al sinds de 15de eeuw gevist. De garnalenvangst vond plaats vanuit allerlei Zeeuwse kustplaatsen, maar vooral vanuit Arnemuiden. Men had er een speciaal vaartuig voor in gebruik: de hoogaars.

Suriname was in de 17de eeuw een korte periode Zeeuws bezit. Paramaribo heette toen Nieuw-Middelburg en het voormalige Engelse fort kreeg de naam Fort Zeelandia. Plantages, waarop slaven werkten, moesten voor inkomsten zorgen. Maar Suriname bracht Zeeland uiteindelijk weinig profijt. Reden voor de Zeeuwen om de kolonie na ruim 15 jaar te verkopen. Een vestingwerk herinnert nu nog aan de Zeeuwse periode: Fort Zeelandia.

De televisietoren van Goes is een blikvanger in het Zuid-Bevelandse landschap. Dankzij deze zendmast kreeg Zeeland in 1957 televisie. Daarnaast was de toren ook belangrijk voor andere communicatiesystemen. De ontwikkeling van het medialandschap en de techniek schreed in ras tempo voort. Maar mede door kunstinitiatieven bleef de televisietoren een baken in de omgeving.

De artilleriewaarnemingsbunker bij de Oranjemolen

Atlantikwall


De Atlantikwall was een ruim 5.000 kilometer lange verdedigingslinie, die de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog in de bezette gebieden aanlegden ter voorkoming van een geallieerde invasie. De Atlantikwall liep van Noorwegen, via Denemarken, Duitsland, Nederland en België naar Frankrijk tot aan de grens met Spanje. De verdedigingslinie, die overigens nooit geheel werd voltooid, bestond uit bunkers, kanonnen en mijnenvelden.

Het sjezenrijden is, net als het ringrijden, een levende traditie, vooral op Walcheren. Voor de toeschouwers een kleurrijk geheel met versierde paarden en deelnemers in streekdracht. Voor de deelnemers zelf ook een serieuze competitie. Het sjezenrijden gaat minder ver terug in de tijd dan het ringrijden.

Omstreeks 1930
Model van het kaperfregat ”t Wapen van Yerseke’

De oorlog ter zee werd enkele eeuwen geleden niet alleen door de marine uitgevochten. Vanaf de middeleeuwen tot het midden van de 19de eeuw droegen particuliere kaperschepen een steentje bij. Alleen kapers met een kaper- of commissiebrief van de Staten-Generaal mochten schepen op de vijand buitmaken. Ook schepen op weg naar de vijand met verboden waar, werden slachtoffer van de kapers.

De kerncentrale Borssele kan symbool staan voor de industriële ontwikkeling van Zeeland vanaf de jaren zestig van de 20ste eeuw. Toen werd met overheidssteun het Sloegebied ontwikkeld tot een groot haven- en industriegebied. Er vestigden zich internationale ondernemingen en er kwam een kerncentrale om de bedrijven van voldoende goedkope elektriciteit te voorzien.

Sporen van de oudste bewoners van Zeeland zijn op meerdere plekken in de provincie aangetroffen. Belangrijke aanwijzingen voor de aanwezigheid van landbouwers in dit gebied zijn gevonden in het Verdronken Land van Saeftinghe.

In de late middeleeuwen bracht de haringvisserij Zeeland grote welvaart. Door de haring op zee te kaken, konden de schepen ver de zee op om vis te vangen. Vissers voeren met hun haringbuizen naar Engeland, Noorwegen en IJsland. In de 16de eeuw verdween de haringvisserij grotendeels.

Zoutwinning was een belangrijke economische pijler in de late middeleeuwen. Zout werd gebruikt voor het conserveren van voedsel, waaronder vis en vlees. Het zoutzieden stond in verband met het moerneren, het winnen van turf voor brandstof. Daartoe werd grond afgegraven, hetgeen op die plaatsen het gevaar op overstromingen vergrootte.

Ellis Island, aankomst van emigranten bij New York

In de 19de en 20ste eeuw gingen veel Zeeuwen op zoek naar een beter bestaan in Amerika. De eerste emigranten waren vooral boeren, ambachtslieden en dagloners. Op hun nieuwe bestemming begonnen zij vaak een eigen bedrijf of boerderij.

Protestantse ‘ketters’ in de Nederlanden werden halverwege de 16de eeuw onder de Spaanse koning hard aangepakt. Maar de hervormden schrokken daarvoor niet terug en traden zelfbewust in de openbaarheid. Ze hielden geheime kerkdiensten in de open lucht. De eerste hagenpreek in Nederland vond op 30 juni 1566 plaats in de duinen bij Dishoek.


Maarten Luthers kritiek op de katholieke kerk was de aanzet voor de opkomst van het protestantisme in Europa. Zeeland kwam al vroeg met de nieuwe leer in aanraking.

Vlakbij de Minderbroedersstraat in Hulst liggen de resten van een reusachtig middeleeuws bouwwerk. Een grote tunnel waarin water staat, springt het meest in het oog. Amper 50 jaar geleden nog lag op deze plaats een grote aarden heuvel, de Molenberg genoemd. In de 18de eeuw stond bovenop de heuvel een standerdmolen. Omstreeks 1790 was de molen versleten en werd een eindje verderop een nieuwe gebouwd: de huidige stadsmolen op het Molenbolwerk.

Fort Moerspui bij Zuiddorpe

De Staats-Spaanse linies in Zeeuws-Vlaanderen zijn imposante overblijfselen uit een roerig verleden. Ze getuigen van een lange periode van oorlog en grote veranderingen. Na de bouw van de vestingwerken in de 16de, 17de en 18de eeuw hebben ze het nodige strijdgewoel overleefd.

Domburg was vanaf 1906 ook met een stoomtram te bereiken.

In de loop van de 19de eeuw werd Domburg een belangrijke badplaats. In het spoor van dokter J.G. Mezger volgden welgestelde badgasten zoals de koningin van Roemenië. Die kwamen om te kuren: het zeebad was de nieuwe gezondheidsrage. In hun kielzog volgden ook de eerste kunstenaars.

De waterbouwkundige Johannis de Rijke wordt vereerd in Japan. Vele Japanners bezoeken zijn geboorteplaats Colijnsplaat en zijn graf in Amsterdam. Standbeelden van hem zijn te vinden in Nagoya en Colijnsplaat. In Nederland is De Rijke echter vrijwel onbekend, al is dat de laatste jaren aan het veranderen.

In de Manteling bij Oostkapelle

Adellijke heren, stadse bleekneusjes en rugzaktoeristen: kasteel Westhove, gelegen tussen Domburg en Oostkapelle heeft in de loop der eeuwen vele tijdelijke bewoners gehad. Het kasteel ligt in de Manteling, een gebied met bossen en duinen en in de 17de en 18de eeuw een geliefd gebied voor de Middelburgse elite om zich op hun zomerverblijven terug te trekken. In de middeleeuwen maakte het slot deel uit van de bezittingen van de Middelburgse abdij.

De Abdij van Middelburg is sinds de middeleeuwen het machtscentrum van Zeeland. Eerst als het klooster van de norbertijnen, later als zetel van het provinciaal bestuur. In de 19de eeuw huisvestten de Abdijgebouwen ook een aantal culturele instellingen van de Middelburgse burgerij. Zoals een concertzaal en zelfs een gymnastieklokaal. Ook om zijn historische waarde werd het complex steeds meer gewaardeerd. In mei 1940 werd de Abdij bijna helemaal verwoest. Maar al snel begon men met de wederopbouw. Het bestuur en de ambtenaren van de Provincie zetelen er nog steeds. Ook voor de Zeeuwse cultuur heeft de Abdij zijn betekenis behouden.

In Haamstede tegenaan de Zeepeduinen ligt het van oorsprong middeleeuwse kasteel Haamstede. Het oudste deel van het slot dateert uit de tweede helft van de 13de eeuw. De donjon die toen werd gebouwd, maakt nog steeds deel uit van het complex. De woontoren werd in de 15de eeuw voor het eerst uitgebreid, maar het grote kasteel dat aldus ontstond, brandde in 1525 af. In de 17de eeuw kwam slot Haamstede – of wat er van over was – in handen van rijke burgers, eerst uit Delft, later uit Zierikzee. Het kasteel werd weer opgebouwd en meerdere malen gerestaureerd, voor het laatst in de jaren zestig van de vorige eeuw. Inmiddels is het kasteel en omliggende grond eigendom van Vereniging Natuurmonumenten.

De Walvisbunker en bijbehorende anderen waren onderdeel van de Atlantikwall, de Duitse kustverdedigingslinie van ruim 2500 km lang. De Atlantikwall liet ook op Schouwen sporen na. Om de kust en het vliegveld Haamstede te verdedigen tegen een geallieerde invasie bouwden de Duitsers hier het Stützpunkgruppe Schouwen. Een uitgebreid complex van tientallen bunkers welke verrees in de duinen van Schouwen en in het Slotbos van kasteel Haamstede. Bijna alle bunkers zijn van de standaardmodellen die in de hele Atlantikwall voorkomen. Ook zijn er onder anderen nog veel manschappenonderkomens en een hospitaalbunker te vinden.


Het huidige slot Moermond bij Renesse is het derde kasteel dat op die plek verrees. Het is eigenlijk geen echt middeleeuws kasteel meer, eerder een samenraapsel van bouwstijlen uit verschillende perioden. Het oudste deel van het gebouw dateert uit de 16de eeuw.


Het is op Walcheren een vertrouwd, maar tegelijk ook vreemd woord: schuitvlot. Het komt vandaag voor op straatnaambordjes in stad en dorp, maar het ontbreekt in vrijwel alle woordenboeken, zelfs in het Woordenboek der Zeeuwse dialecten. Een schuitvlot was noch vlot noch schuit. Het was de aanlegplaats of -steiger van schuiten. Dat waren allesbehalve imposante vaartuigen, maar smalle, platboomde schuitjes die tot ver in de 19de eeuw de verbinding onderhielden tussen de dorpen en steden op Walcheren. Ook van de andere Zeeuwse eilanden is zoiets bekend.

Met de opening van het Kanaal door Zuid-Beveland in 1866 ontstaat in Wemeldinge en Hansweert een geheel nieuwe bedrijfstak: die van de parlevinkers. Deze handelaren in kruidenierswaren zorgen ervoor dat passerende schepen bij of in de sluizen worden bevoorraad met allerlei goederen en levensmiddelen. Vanuit een bootje, te voet, met de fiets of later met de brommer verkopen ze hun waren, meestal binnen de sluizencomplexen. Zo spoedig als de beroepsgroep na 1866 groeit, zo abrupt komt het einde ruim honderd jaar later. Met de opening van het Schelde-Rijnkanaal in 1975 en het verleggen van het Kanaal door Zuid-Beveland bijna 20 jaar later verdwijnen de laatste parlevinkers.

In 1951 arriveerden Molukse gezinnen in Zeeland. Zij werden opgevangen in barakkenkampen, onder andere in Westkapelle. Na tien jaar had de Nederlandse regering haar eerdere beloften nog niet kunnen inlossen. De Molukkers kwamen in opstand. De politie trad hard op. Daarbij vielen in Westkapelle negen gewonden.

Geen boer of boerenknecht zonder zijn zakmes. Het mes met fraai gesneden houten heft ging overal mee naar toe en diende verschillende doeleinden. Het kwam bekend te staan als ‘paeremes’, naar het span paarden op de bekroning van het heft. Zulke messen kwamen vanaf de 2de helft van de 19de eeuw het meest voor. Maar boerenzakmessen zijn al ouder en zagen er eerder ook anders uit.

In de 13de eeuw worden de schorren ten westen van Vrouwenpolder ingedijkt. Zo ontstaan oa de Gerstepolder en de Beekhoekspolder. Vanuit Domburg verwaait het strandzand en vormt de eerste duinen. Die groeien uit tot een ongerept, woest duinlandschap: Oranjezon. Het gebied hoorde bij het markizaat van Veere en dankt zijn naam aan de oorspronkelijke eigenaars: de graven van Nassau, later prinsen van Oranje. En dus niet, zoals ook wel wordt gedacht, aan het prachtige gezicht op de ondergaande zon. In de loop der eeuwen heeft de mens het gebied op verschillende manieren gebruikt en zo zijn sporen nagelaten. Nu is het weer een natuurgebied, in beheer bij Het Zeeuwse Landschap.

Op 30 september 1875 besliste de Vlissingse gemeenteraad dat de stad een waterleiding moest krijgen. Er was toen nog geen sprake van duinwater. Wel werd er volop regenwater gedronken dat de inwoners zelf opvingen in regentonnen of -putten. De gemeente speelde daarin ook een actieve rol door het regenwater van overheidsgebouwen op te vangen en beschikbaar te stellen.

Net als zes andere Zeeuwse dorpen is Noordgouwe op Schouwen-Duiveland door de Monumentenwet bestempeld als beschermd dorpsgezicht. Niet met de bedoeling het dorp te ‘bevriezen’ waardoor geen dakpan van kleur zou mogen verschieten of een dakkapel worden toegevoegd. Wel met het doel dat nieuwe ontwikkelingen zoveel mogelijk aansluiten bij de historisch gegroeide situatie.

De bolus – hét streekgerecht uit Zeeland – heeft zijn wortels in Spanje en Portugal. Joden uit deze landen introduceerden het gebak aan het eind van de 16de eeuw in Zeeland. Het is hier nog altijd een veel gegeten lekkernij, maar over wat precies een goede bolus is verschillen de meningen ook binnen Zeeland.

Aan de Boulevard de Ruyter in Vlissingen staat het kantoor van Loodswezen Vlissingen. Tegen de gevel, aan het hek boven de naam in blauwe kleur ‘Loodswezen’ is een getijdenklok te zien. De getijdenklok geeft een indicatie van het gemiddelde getijverloop voor de rede van Vlissingen.

Bij het maken van de afsluitbare pijlerdam in de Oosterschelde kwamen een heleboel onverwachte problemen om de hoek kijken.

Er zijn van die vragen die steeds weer opnieuw worden gesteld. Daarvan is deze er een: stonden de toren en de kerk in Zierikzee tegen elkaar? Het antwoord is: nee. Maar hoe zat het dan precies in elkaar?

Luchtwachttoren Nieuw-Namen

In het oosten van Zeeuws-Vlaanderen, aan de Nieuw Kieldrechtdijk vlakbij het dorp Nieuw-Namen, staat een vrij gave luchtwachttoren, compleet met schuilkelder. De luchtwachttoren is industrieel erfgoed uit de Koude Oorlog. Hij is een van de weinige die de tand des tijds heeft doorstaan.

Kaurischelpen zijn schelpjes uit de Indische Oceaan die via Zeeuwse handelscompagnieën over de hele wereld zijn verspreid. Ze dienden onder meer als betaalmiddel voor slaven. De West-Indische Compagnie (WIC) en de Middelburgsche Commercie Compagnie (MCC) namen kaurischelpen als ruillading mee op reis naar Afrika.

Honderdduizenden vluchtelingen stroomden tijdens de Eerste Wereldoorlog Nederland binnen. Het merendeel werd gevormd door Belgen. Zij probeerden aan het oorlogsgeweld in eigen land te ontkomen. Een aanzienlijk aantal zuiderburen passeerde de Nederlands-Belgische grens in Zeeuws-Vlaanderen. Vooral in de herfst van 1914 zorgden de vluchtelingen voor een enorme druk op de (opvang)voorzieningen in Zeeland. De meesten keerden na verloop van tijd terug naar België. Of ze werden elders in Nederland gehuisvest. Na de Wapenstilstand op 11 november 1918 begon de massale terugkeer van Belgische vluchtelingen naar huis.

Zeeland en de rest van Nederland maakten door de overzeese reizen van de handelscompagnieën in de 17de en 18de eeuw kennis met nieuwe producten. Een van die producten was cacao. Dit werd vanuit Zuid-Amerika in Europa geïntroduceerd. Het drinken van een kopje cacao was aanvankelijk alleen in elitekringen een geliefde bezigheid. Ook in Zeeland kwam een cacao- en chocoladenijverheid op. Zeeuwse chocolade werd wereldberoemd. Technische vernieuwingen deden de chocoladefabrieken in de loop van de 19de eeuw de das om.

De straô is op Schouwen een levende traditie

De straô is een jaarlijks terugkerende traditie op Schouwen-Duiveland. Tijdens de straô gaan ruiters met hun versierde paarden in optocht naar het strand. De stoet wordt voorafgegaan door het plaatselijke muziekkorps. Op het strand aangekomen, leiden de ruiters hun paarden de branding in. Zo’n zout zeebad was een goed middel om de paardenbenen en -hoeven te reinigen van ziektekiemen, nadat de dieren een winter op stal hadden gestaan. De straô wordt in de dorpen nog altijd als een feest gevierd.

Ringrijden is een volkssport en nog altijd springlevend op Walcheren en in de directe omstreken. In wedstrijden en op folkloristische dagen gaat gezelligheid gepaard met bloedserieuze competitie.

Zeeuwen hadden een actief aandeel in de slavenhandel in de 17de en 18de eeuw. Handelscompagnieën en particuliere kooplieden rustten schepen uit om aan de Afrikaanse westkust slaven te kopen en ze van daaruit met honderden tegelijk naar Amerika te vervoeren. Daar werden de slaven aan plantagehouders verkocht.

Doorsnede Engelse slavenschip Brooks, 18de eeuw
Melrose Abbey in 1975

Na het begin van de popmuziek met de rock-‘n-roll in de jaren vijftig ontwikkelden zich in de jaren zestig nieuwe muziekstijlen. Ook in de jaren zeventig deed Zeeland volop mee. Nieuwe popgroepen werden opgericht en de punkbeweging liet evenzeer zijn sporen na. De jaren tachtig brachten succesvolle metalbands. En in 1992 begon de zegetocht van Zeelands meest populaire band: Bløf.

De restanten van mottekastelen


In Zeeland liggen, voor het merendeel in midden-Zeeland, 38 vliedbergen. Hun verschijningsvorm is nogal divers: van de goed bewaard gebleven, fraai kegelvormige en tien meter hoge vliedberg bij de kerk van Wemeldinge, tot nauwelijks herkenbare verhogingen in een weiland. Soms is er rond de voet van deze vliedbergen nog een stukje van een ringvormige verdieping zichtbaar, restant van wat ooit een gracht moet zijn geweest. Het zijn opmerkelijke landschapselementen, maar op zichzelf weinig spectaculair. Wat ze bijzonder maakt is hun ouderdom en oorspronkelijke functie.


en opvallend element in de wanden van oude huizen zijn muurankers. Deze constructieve elementen zijn altijd van smeedijzer vervaardigd en hebben een belangrijke functie: zij bevestigen het uiteinde van een balk met de muur.

Kruiningen-Yerseke 1910

Een spoorweg die Zeeland zou verbinden met het Duitse achterland. Die werd in de 19de eeuw noodzakelijk geacht voor het stimuleren van handel en nijverheid in Zeeland. Tussen 1866 en 1873 werd de lijn over Zuid-Beveland en Walcheren gerealiseerd. In 1868 was het spoor tot Goes gereed, in 1872 was het tot Middelburg doorgetrokken en in 1873 werd het laatste deel van het traject tot Vlissingen geopend. Aan de spoorlijn verrezen diverse typen stations. Sommige daarvan zijn alweer verdwenen. De huidige stations van Middelburg en Vlissingen zijn rijksmonumenten.

doornappel

In de volksgeneeskunst gold het als een wondermiddel, dat hielp bij allerhande kwaaltjes en ook voortreffelijk werkte om mensen te beheksen. Het poeder van sympathie, ook wel ‘sintepetie’ genoemd, was tot ver in de 19de eeuw ook in Zeeland bekend. Het werd gebruikt vanwege zijn verdovende werking en vanwege de magische krachten die eraan werden toegeschreven. Waar het poeder precies van werd gemaakt, is onbekend. Genoemd worden onder meer dolle kervel, doornappel en de bessen van de wolfskers.


Valdijk bij Nisse

Het drielandenpunt, ligt dat niet in Limburg? Zeker, maar Zuid-Beveland heeft er óók een.

Geen pretje !

In de 17de eeuw was strenge tucht met lijfstraffen de normaalste zaak van de wereld. Wie niet wilde horen (luisteren), moest maar voelen, was het motto. De roe en plak werden gretig gebruikt. Op scholen in Zeeland was dit niet anders. Maar een leraar had nog meer strafattributen tot zijn beschikking.

De spierpijn die wij voelen na intensief gebruik van de apparatuur in de sportschool, is niets vergeleken bij de pijnen die onze voorouders voelden nadat ze op de pijnbank waren gelegd. Uitgerekte ledematen en armen of benen uit de kom waren wel het minste dat men kon verwachten. Het gebruik van de pijnbank kwam in ons land in de loop van de veertiende eeuw in zwang voor personen die verdacht werden van een halsmisdrijf als moord, verkrachting of brandstichting.

Aan de gevel van het 15de-eeuwse Veerse stadhuis hangt een merkwaardig versiersel. Het betreft zogenaamde schandstenen.

Aan het begin van de 17de eeuw vonden in Zeeland belangrijke wetenschappelijke ontwikkelingen plaats. Wetenschappers gingen hun kennis op eigen waarneming stoelen. Dat leidde tot een heel ander wereldbeeld. De Zeeuw Isaac Beeckman werd een gerespecteerd wetenschapper en in Middelburg werd mogelijk de telescoop uitgevonden. Lange tijd streden twee mannen om de eer: Hans Lipperhey en Zacharias Jansen.

Café in Ovezande
Veel dorpscafés dienden aanvankelijk ook als vergaderplaats van het gemeentebestuur. Vandaar dat veel Nederlandse en Belgische cafés Het Gemeentehuis of Het Oude Gemeentehuis heetten.

Ieder dorp had vroeger wel een of twee herbergen, waar de vermoeide reiziger kon logeren. Reizen ging immers te voet of te paard of per koets. Zoveel kilometers legde je per dag niet af en er moest dus regelmatig overnacht worden.

De verwerking van vlas tot een bruikbaar product is een langdurig en moeilijk proces. Om van vlas lint te maken dat kan worden gesponnen, moet het gewas een flink aantal bewerkingen ondergaan: plukken, repelen, roten, braken of beuken, zwingelen en hekelen.