Getij uit zee

Een tocht door Het Verdronken Land van Saeftinghe is pittig, maar een onvergetelijke ervaring! Ongeveer 3 uur lang loodst een ervaren gids u door het grootste brakwaterschor van Europa. Over slik en schor, vaak dwars door een van de honderden geulen, die iedere vloed weer vol lopen. De zilte vegetatie is uniek en er leven talloze vogelsoorten.​
topimg-de-bodemjpg


De Westerschelde volgt het getij van de Noordzee: tweemaal daags staat het water hoog bij vloed en tweemaal laag bij eb. De Westerschelde heeft een trechtervorm: breed bij de zee, smal richting Antwerpen. Hierdoor wordt het opkomende vloedwater de hoogte in gestuwd. Het gevolg is dat Saeftinghe het grootste tijverschil van Nederland heeft: het water staat bij vloed gemiddeld 4,80 meter hoger dan bij eb. Bij springtij (extra hoog en extra laag water) kan dat zelfs oplopen tot ruim zeven meter. Eb en vloed ‘reizen’ door het gebied: het is niet overal op hetzelfde tijdstip hoogwater. Zo valt het hoogwater te Antwerpen circa 2 uur later dan dat te Vlissingen en het laagwater wel 2,5 uur. Door de uitgestrektheid van het gebied is er zelfs binnen het gebied Saeftinghe nog een tijdsverschil waarneembaar. ​
Getijde haven Paal

Bugracen Een buggy huren voor een avontuurlijke tocht .

De straô is een jaarlijks terugkerende traditie in februari op Schouwen-Duiveland.

 Tijdens de straô gaan ruiters met hun versierde paarden in optocht naar het strand. De stoet wordt voorafgegaan door het plaatselijke muziekkorps. Op het strand aangekomen, leiden de ruiters hun paarden de branding in. Zo’n zout zeebad was een goed middel om de paardenbenen en -hoeven te reinigen van ziektekiemen, nadat de dieren een winter op stal hadden gestaan. De straô wordt in de dorpen nog altijd als een feest gevierd.

Ongezadelde paarden

Vroeger zaten de ruiters op een kleedje op ongezadelde paarden. Ze droegen een witte broek, hadden hoge zwarte schoenen aan en een pet op het hoofd. Deze kledinggebruiken zijn inmiddels wat verwaterd, maar hier en daar wordt geprobeerd ze nieuw leven in te blazen. De ruiters met de meeste straô ervaring voerden de stoet aan. Zij bliezen op koperen toeters. De paarden waren versierd met strikken, takjes groen en papieren rozen. Die werden aan het hoofd, de borst en de staart van het paard bevestigd. De versiering van de paarden is nog steeds belangrijk. Een jury beoordeelt de deelnemers en er is een prijs voor de mooiste combinatie.



Dorpsfeest

Na het rituele bad keert de stoet terug naar het dorp. Vroeger reden ze daar nog tweemaal rond de kerk (volgens de traditie linksom). Vervolgens gingen de ruiters naar de plaatselijke herberg om er een borrel te drinken. In de 19de eeuw werden buiten in kraampjes ‘schrôôsels’ (platte dunne kruidenkoeken), appelsienen en ‘frikkedillen’ (geconfijte dadels) verkocht. Nog steeds vinden in de dorpen allerlei festiviteiten plaats. Ringrijden (te paard of te fiets) is een vast onderdeel geworden van het feest.

Levende traditie

De straô is op Schouwen een levende traditie. Voorheen was het een gebruik van boeren, boerenzonen en knechten. Rond 1960 reden er voor het eerst ook vrouwen mee. Behalve werkpaarden uit de landbouw rijden nu recreatiepaarden mee en de ruiters komen lang niet allemaal meer uit het eigen dorp. Ook mensen van buiten kunnen inschrijven.De eerste straô vindt traditiegetrouw acht weken voor Pasen plaats in Renesse. Op de zaterdagen daarna is er een straô in achtereenvolgens Haamstede, Noordwelle, Ellemeet, Scharendijke en Serooskerke. De straô in Serooskerke is altijd de laatste in het seizoen.

In Renesse voegde de plaatselijke predikant een bijzonder element aan de straô toe door ook zelf de voeten in zee te wassen. Leden van zijn gemeente volgden zijn voorbeeld. Met omgeslagen broekspijpen gaan ook zij het water in.

Oorsprong

Over de oorsprong van de straô doen verschillende verhalen de ronde. Boeren zouden hun dieren met een zeebad hebben willen beschermen tegen kwade geesten. Ook werd wel gedacht dat de straô een overblijfsel was van de eredienst aan een plaatselijke god.

De eerste vermelding van de straô dateert uit 1643. Toen klaagde de predikant van Elkerzee, dominee Johannes Stamperius, in een vergadering van de classis Schouwen-Duiveland over de ontheiliging van de zondag voor vastenavond. Op die dag kwamen uit alle plaatsen van het eiland paarden met hun ruiters naar Elkerzee. Maar veel moeite hadden 17de-eeuwse predikanten en kerkenraden niet met de straô. Ze beschouwden het gebruik niet als een heidens ritueel. De straô heeft de tand des tijds doorstaan en is nu een populaire traditie, die elk jaar ook veel belangstellenden trekt.



Stoomtrein Goes-Borsele

Bij de Stoomtrein Goes-Borsele beleef je een treinreis zoals deze begin vorige eeuw plaats had kunnen vinden. Op de houten banken van de 3e klasse, of op het luxe pluche van de 1e /2e klasse, zie je het landschap voorbij glijden. Op het eindpunt kun je de vernieuwde horeca bezoeken, een ritje maken met de minitrein en het uitzicht over de machtige Westerschelde bewonderen.

Voor de stoomtrein is Hoedekenskerke het eindpunt van de rit. Hier wordt de locomotief naar de andere kant van de trein gereden, zodat de trein weer gereed is voor de terugrit. Maar voordat de locomotief weer aankoppelt, moet er eerst water worden bijgevuld in de watertenders. Zo`n stoomloc verbruikt zo`n 6000 liter water per dag. Een dorstig type dus! 

Station Kwadendamme is de favoriete bestemming voor liefhebbers van dieren en natuur. Hier kun je op bezoek bij Berkenhof Tropical Zoo, of je kunt lekker gaan wandelen in natuurgebied Zwaakse Weel.